Onder de Boschboom

Onder de Boschboom: Besmet

  Column

Het moet voor de Vughtenaren een onbehaaglijk tafereel zijn geweest toen daar in januari 1943 een lange stoet paupers door de straten trok. Uitgeput, ondervoed en in lompen. En het gekke was dat de stoet begeleid werd door Vughtse agenten, alsof het een jaarlijkse optocht was. Alleen de muziek ontbrak. De stoet was op weg naar Konzentrationslager Herzogenbusch, een Duits kamp met prikkeldraad en wachttorens, vlakbij de IJzeren Man. Grote verbazing dus onder de bevolking, maar ook ongerustheid - wat waren de Duitsers met deze mensen van plan? Tegen het einde van de winter telde het kamp al meer dan drieduizend gevangenen.

Maar het werd toch ook weer gewoon lente in Vught. En bovendien had zich intussen een rijke dame gemeld; op haar initiatief werden broodpakketjes afgeleverd bij het kamp. En nog voor het goed en wel zomer was verliep ook de samenwerking tussen de kampleiding en de Vughtse politie al heel bevredigend: de politie zorgde ervoor dat de Vughtenaren voortaan zo min mogelijk te zien kregen van de gevangenentransporten. En zo raakte het kamp geleidelijk uit beeld, maar niet voor burgemeester Loeff en zijn korpschef. Die twee kwamen in een bijzondere positie terecht: de ene keer wisten ze wat te regelen voor de gevangenen, de andere keer deden ze weer iets aardigs voor de kampleiding. Ze hadden ook al eerder ervaring opgedaan in de omgang met de Duitsers. Zo werden de huizen van weggevoerde Joden met goedkeuring van de burgemeester leeggehaald. En de plaatselijke politie hielp dan een handje.

Toch waren er nogal wat mensen die zich afvroegen waarom gezagsdragers zoals Loeff en zijn korpschef een misdadig regime steunden. Maar algauw hadden de meesten toch wel vrede met het antwoord: een beetje schikken en plooien, zo zei men, levert meer op dan verzet. En zo werd Nederland sluipenderwijs een trouw deel van de Duitse moordmachine en raakten talloze mensen besmet: rechters, burgemeesters, agenten, handelaren, en ook gewone burgers.

Maar ja, het was waar, de samenwerking met de Duitsers had beslist voordelen. Zo was het prettig dat de Vughtenaren niet steeds van die meelijwekkende gevangenen tegenkwamen op straat. En al die bestuurders en gezagsdragers konden, door netjes mee te buigen, hun baan behouden. En ook na de oorlog kabbelde hun loopbaan meestal weer rustig voort. Zo werd Loeff in 1945 burgemeester van Den Bosch.

Maar toch, hoe weten we nou of mannen zoals Loeff niet gewoonweg op hun post bleven omdat ze geen zin hadden hun inkomen te verliezen, hun pensioen? Die vraag is niet te beantwoorden. En daarom weten we ook nooit of Loeff terecht twee pleintjes op zijn naam heeft staan, een in Vught en een in Den Bosch. Misschien was het pleintje in Den Bosch wel genoeg geweest.

André Beks

Onder De Boschboom is een rubriek van cultuurhistorische aard, die haar columnisten een podium biedt om op persoonlijke titel onderwerpen die met de Bossche cultuur te maken hebben uit te diepen. Reacties: onderdeboschboom@kringvrienden.nl.