Roosje Lampe Cordang tijdens de boekpresentatie bij Babel. Foto: Gerard Monté
Roosje Lampe Cordang tijdens de boekpresentatie bij Babel. Foto: Gerard Monté

Roosje Lampe vertelt over een leven met haar schaatspassie

's-HERTOGENBOSCH – De 86-jarige Roosje Lampe Cordang, geboren en getogen in 's-Hertogenbosch, schreef een autobiografisch boek - 'Roosje en de zilverschaatsjes' - over de grote rol die schaatsen in haar leven speelde. En vooral ook hoe het schaatsen haar fit en gezond houdt, zowel fysiek als mentaal. Zelfs nu nog, op hoge leeftijd.

Door Astrid Berkhout

Roosje bracht haar jeugd door in de Kerkstraat, als oudste dochter van edelsmid Guillaume Cordang en Rosa Valentijn. Ze had twee broers en vier zussen. Haar liefde voor het schaatsen ontstond in de oorlogswinter van 1942-1943, toen ze amper 9 jaar oud was. Als kind was ze dan ook veelvuldig op het ijs te vinden. De eerste keer weet Roosje zich nog goed te herinneren: "Mijn vader bracht me naar een ondergelopen weiland bij de Pettelaarseweg. Pas vele uren later kwam hij me weer ophalen. Hij was gaan borrelen en was de tijd vergeten. Hij zei altijd dat ik dankzij hem zo goed was geworden, omdat ik zo lang had kunnen oefenen."

Kunstschaatsen
"Het geluid van de schaatsen op het ijs was magisch. In die tijd hadden we nog geen schaatsen. Er werden gewoon schroefdraadjes onder je schoenen gebonden. Pas later kreeg ik mijn eerste wit leren zilverstaalschaatsjes van een oom; zijn zus - die in Engeland woonde - had die ooit meegebracht voor zijn kinderen en nu mocht ik ze hebben. Ik was er gek op, ik nam ze zelfs mee naar bed." Met het figuurrijden kwam Roosje voor het eerst in aanraking op haar elfde, toen ze twee soldaten uit Montreal tegen het lijf liep. "Dat bleken kunstschaatsers te zijn. Zij vonden het leuk om mij wat pasjes te leren." Haar passie werd nog verder aangewakkerd toen zij de schaatsmusical met de bekende Noorse kunstrijdster Sonja Henie zag. Dit schaatswonder werd haar grote inspiratie.

De grote kans
Het talent van Roosje bleef niet onopgemerkt. "In mei 1950 deed de Weense ijsrevue het Casino in 's-Hertogenbosch aan. Hun trainer, Harry Monas, had mij drie jaar daarvoor gezien in de Apollohal in Amsterdam en was onder de indruk. Toen ik een keer thuis kwam van school, zaten daar opeens twee managers van de ijsrevue en twee journalisten van de Noordbrabantsche Courant Het Huisgezin. Diezelfde avond mocht ik nog komen voordansen." Vervolgens kreeg ze het aanbod om zich aan te sluiten bij het gezelschap. "Ze zeiden dat ze van mij in twee jaar een groot soliste konden maken. Mijn vader wees het aanbod in al zijn wijsheid resoluut af. Hij zei: 'Dat leven in zo'n groep, reizen, hotels, is niets voor een huismusje als jij, daar word je niet gelukkig van.' En hij had gelijk. Ik vond en vind het heerlijk om te schaatsen, en heb altijd mijn best gedaan om mezelf te verbeteren, maar ik had geen enkele ambitie om daar meer mee te doen."

Schaatsen als troost
Langzaam maar zeker verdween het schaatsen naar de achtergrond. Na de middelbare meisjesschool volgde Roosje verschillende balletopleidingen. Ze werkte o.a. bij Heynen, Michelin en de NAVO, maar ging uiteindelijk haar eigen weg en had 20 jaar lang haar eigen balletschool in Nootdorp, met voorstellingen in het Congresgebouw in Den Haag. In 1959 ontmoette ze in Den Haag Ben Lampe, met wie ze trouwde en een gelukkig gezinsleven (met vier kinderen) opbouwde. In 1993 verhuisden ze terug naar Brabant, Helvoirt, toen haar man gepensioneerd was. In 1999 overleed hij geheel onverwacht aan hartfalen. Enkele jaren later moest zij ook nog afscheid nemen van een dochter. Juist in die verdrietige periode in haar leven begon ze op 70-jarige leeftijd met ijsdansen, als welkome afleiding. Jan Adriaansen, inmiddels niet alleen haar schaats- maar ook haar levenspartner, nam haar bij de hand. Samen wonnen ze de afgelopen jaren regelmatig ijswedstrijden. Iedere week staan ze sowieso twee tot drie keer op het ijs in het Sportiom. Van 20 t/m 22 december is het paar zelfs te bewonderen tijdens de kerstconcerten van André Rieu in MECC Maastricht. Jan is duidelijk trots op wat Roosje heeft gepresteerd: "IJsdansen is een moeilijke sport, het vraagt veel doorzettingsvermogen om het je eigen te maken. Roosje laat zien dat leeftijd hierbij geen enkele belemmering vormt."

De enorme innerlijke drive en het natuurlijke optimisme van Roosje zullen ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Evenals haar gedisciplineerde eetpatroon. "Het hebben van een passie houdt je jong. Naast het schaatsen heb ik me bovendien verdiept in de bewegingsleer 'Feldenkrais', ik geef er ook les in. Vooral actief bezig blijven, dat is het allerbelangrijkste!"

Het boek 'Roosje en de zilverschaatsjes' (met talloze anekdotes, historische feiten, foto's en tekeningen van Roosje) is o.a. verkrijgbaar bij boekhandel Adr. Heinen te 's-Hertogenbosch.