Vakbondsman in ruste Jacques Warnaar (midden) met zijn vrouw Janny en FNV-regiohoofd Theo van der Werf. Foto: Henk van Esch
Vakbondsman in ruste Jacques Warnaar (midden) met zijn vrouw Janny en FNV-regiohoofd Theo van der Werf. Foto: Henk van Esch (Henk van Esch Fotografie)

Vakbondsman Warnaar als 70-jarig FNV-lid gehuldigd; op de barricades voor de Bossche bouwvakkers

's-HERTOGENBOSCH - Als zeventigjarig lid van vakbond FNV Bouw is Bosschenaar Jacques Warnaar afgelopen vrijdag gehuldigd en met jubileumspeld en oorkonde bedankt. Niet alleen voor zijn lidmaatschap, want Warnaar (88) heeft zo’n beetje zijn hele werkzame leven aan de vakbond gewijd. Als plaatselijk vertegenwoordiger was het Warnaar die met werkgevers om tafel ging, problemen van de ‘hardwerkende man’ adresseerde en toegewijde zorg droeg voor de Bossche bouwvakkers. En tot op de dag van vandaag kan de vakbondsman in ruste zich daar druk om maken.

Voor Jacques Warnaar begon het allemaal toen hij als tiener in een meubelfabriek in Maassluis ging werken. “Een collega vroeg aan mij: ben je al lid van de vakbond? Nee? Dan zullen we jou even lid maken. Dat moest ik natuurlijk thuis even overleggen, want er moest contributie betaald worden. Mijn vader zei: natuurlijk, dat moet je doen. Dat was zeventig jaar geleden en sindsdien ben ik lid.”

Het was ook de vader van Jacques die hem, nadat de meubelfabriek failliet ging, naar de bouwsector haalde. “Daar ben ik lid geworden van de Bouw en Houtbond, ik kwam in het bestuur en volgde cursussen. Op een dag werd gevraagd of ik plaatselijk vertegenwoordiger wilde worden van de bond. Ik mocht kiezen, Leeuwarden of Den Bosch. Voor mijn vrouw was die keuze niet moeilijk. Leeuwarden was wel erg ver bij Maassluis vandaan. Het werd dus Den Bosch.”

Als plaatselijk vertegenwoordiger van de Bouw en Houtbond was Jacques het aanspreekpunt en schakel tussen werkgever en werknemer. Een van zijn taken was het inzamelen van de ‘vakantiezegeltjes’; een administratief hulpmiddel uit lang vervlogen tijden. Jacques legt uit: “Voor iedere gewerkte dag kregen werknemers een zegeltje, waarmee ze spaarden voor hun vakantiedagen, pensioen en de premie voor de vorstverlet. Die zegels plakten de werknemers in een boekje. Een beetje zoals de koopzegelboekjes van nu. Die boekjes verzamelde en inventariseerde ik. Een hele klus, dat ook in groot vertrouwen gebeurde. Veel werknemers telden het zelf niet eens na.”

Het uitreiken van de oorkonde en ophangen van de gouden speld gebeurt in de huiskamer van Warnaar. Met familie en bezoek van het FNV-regiohoofd, koffie en gebak wordt het feestje gevierd. Dat Jacques Warnaar een bekend gezicht was en is, illustreert een van zijn dochters: “Soms wordt onze vader op straat nog aangesproken.”

Trots is Jacques Warnaar vooral op wat zijn grote kracht was: het werven van leden: “We wisten precies wie er wel lid was en wie niet. Dan ging ik praten met niet-leden en ze overtuigen om toch lid te worden van de vakbond. Ieder lid was er een, tenslotte.” Verder bestonden de werkzaamheden van Jacques uit overleg met werkgevers en bemiddelen als er bijvoorbeeld problemen ontstonden over ziekte. En het ondersteunen van stakingen. “Soms moest er iemand overtuigd worden, dan deed ik dat. En dan met z’n allen in de trein naar Amsterdam of het Malieveld. Dat was zo machtig om mee te maken. Zoveel mensen, allemaal bijeen achter hetzelfde doel.”

Uiteindelijk ging Jacques Warnaar begin jaren 90 met pensioen, maar het vakbondsleven heeft hij nooit helemaal kunnen loslaten. “Ik volg het nog steeds”, vertelt hij. “Op de computer.” Ook het nieuws van de teruglopende ledenaantallen bij de vakbonden is Warnaar niet ontgaan. “Dat is zo zonde. Als je bedenkt dat mijn vader in de bouw voor het eerst vakantiedagen kreeg, dat waren er drie per jaar, en je bedenkt wat we nu voor elkaar gekregen hebben. Ook vandaag de dag zijn vakbonden nodig om voor werknemers op te komen. Dat moeten we in ere houden”.