Foto:

Onder de Boschoom: Slachtoffers

Bij een supermarkt in de binnenstad stonden aan het eind van de middag drie mannen met elkaar te discussiëren. Lekker bruin waren ze alsof ze op het veld hadden gewerkt en nu trek hadden in een stevig maal met bonen in tomatensaus. Maar dichterbij gekomen bleek dat de zaak toch anders lag. Ze stonden wankel op hun benen en keken elkaar aan alsof ze wilden zeggen: wie gaat dit oplossen? De kleinste haalde nu een bierblik tevoorschijn, nam tergend langzaam een slok, en met een duidelijke boodschap: wie kalmpjes drinkt, heeft altijd wat in huis!

Er is een tijd geweest dat we medelijden hadden met mensen die in het leven niet goed konden meekomen; we vonden ze pechvogels, je moest ze nu en dan iets toestoppen: gebruikte kleren, een pop voor de kinderen, een kistje fruit. Maar rond 1960 veranderde dat. We gingen de zwakkeren steeds meer zien als slachtoffers van… ja, van wat eigenlijk? En omdat we het ook niet precies wisten, noemden we hen ‘slachtoffers van hun sociale omgeving’, en in een gulle bui zelfs ‘slachtoffers van de maatschappij’. Die zienswijze had ook beslist een mooie kant: iemand die in de puree zat, hoefde niet meer dankbaar te zijn voor hulp; hulp was een recht geworden.

Volgens de geleerden is voor de meesten van ons het geluk niet weggelegd. Daarom zoeken we plezier, we proberen te ontsnappen aan de saaiheid van het leven. Voor miljoenen op deze aarde betekent dat: een beetje porno, beetje blowen, af en toe een pilletje erin. Intussen zijn er ook speciale huizen en gebouwen verrezen waar artsen, hulpverleners en begeleiders spreekuur houden, vergaderen, telefoneren. En als een van ons in het leven vastloopt, dan mogen we gratis naar ze toe. En als we ons een beetjes rustig houden, dan maken we elke dag kans op eten, drinken, kleren en onderdak.

Maar wat betekent dat nou voor al die hulpverleners? Hoe weten zij nou of iemand getroffen is door tegenslag, of juist de schepper is van z’n eigen ongeluk? En opeens hoor ik nu weer die jonge vrouw, kort geleden, midden op straat: ‘Er is tóch niemand die van me houdt, ze willen alleen maar een beurt!’ De Fransman Alexis de Tocqueville was in 1833 eens gaan kijken bij de hulpverleners in Londen. Maar hij kwam tamelijk vertwijfeld terug. Hij zei: niets is moeilijker te onderscheiden dan het verschil tussen onverdiende tegenslag en problemen die het gevolg zijn van slecht gedrag.

En zo kwam ik ’s avonds de drie ‘veldwerkers’ weer tegen bij een andere supermarkt. Rode koppen, geruzie over geld. En dat begrijp ik dan niet. Want nog geen zestig cent voor een halve liter bier, dat is toch een habbekrats.

André Beks
Onder De Boschboom is een rubriek van cultuurhistorische aard, die haar columnisten een podium biedt om onderwerpen die met de Bossche cultuur te maken hebben uit te diepen. Reacties? Mail naar: onderdeboschboom@kringvrienden.nl. 

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden










Wist u dat?


… De Bossche Omroep wekelijks bij zo’n 99.200 adressen op de mat valt?

…En daarnaast ook online erg vaak gelezen wordt?

…De Bossche Omroep al sinds 1957 wekelijks gedrukt en verspreid wordt?

Afbeelding